De verdediging van Eternit heeft een bezwaarschrift tegen de dagvaarding ingediend, omdat zij onder andere van mening is dat de feiten die Eternit worden verweten, zijn verjaard. De verdediging heeft de raadkamer in dit kader verzocht om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen. Dat betekent dat de verdediging de rechter heeft gevraagd de Hoge Raad te vragen om uitleg te geven over de verjaring.
De raadkamer heeft de verdediging en de officieren van justitie op 29 mei 2026 op een openbare zitting op het bezwaarschrift gehoord. Het Openbaar Ministerie vond toen dat het bezwaarschrift ongegrond moet worden verklaard, omdat het recht tot strafvordering voor de verweten misdrijven (telkens doodslag) niet is verjaard.
Beslissing raadkamer
De raadkamer oordeelt dat het recht tot strafvordering voor de verdenkingen van doodslag niet door verjaring is vervallen. Sinds de invoering van het Wetboek van Strafrecht in 1886 kon het misdrijf doodslag verjaren, maar dit is na wetswijziging niet meer aan de orde. De raadkamer oordeelt dat de verjaringstermijn bij doodslag start op de dag waarop het gevolg (de dood van een ander) is ingetreden. Voor deze ten laste gelegde feiten is dat op 21 september 1993, 22 juni 2024 en op 20 januari 1994.
Aan de hand van de wet samen met de relevante wetswijzigingen die door de jaren heen hebben plaatsgevonden legt de raadkamer in zijn beschikking uit waarom hij van oordeel is dat het recht tot strafvordering ten aanzien van de verdenkingen van doodslag niet door verjaring is vervallen. Het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad wordt afgewezen.
De raadkamer komt ten aanzien van de overige standpunten van de verdediging en het Openbaar Ministerie tot het oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de rechtbank bij een inhoudelijke beoordeling geheel of deels tot een bewezenverklaring van die verdenkingen van doodslag komt. De rechtbank zal de strafzaak tegen Eternit dus inhoudelijk gaan behandelen. De rechtbank zal de strafzaak vervolgen met een regiezitting waarin wordt besproken of er nader onderzoek nodig is.

26.2 ℃





































