Op 13 januari is het de internationale AMBER Alert-dag. Deze dag is een herinnering aan de naamgever van het alert. Dat is de negenjarige Amber Hagerman, die op 13 januari 1996 werd ontvoerd en vermoord in de Verenigde Staten. ‘De Nederlandse politie zet één à twee keer per jaar zo’n AMBER Alert in,’ zegt Izanne de Wit, landelijk coördinator en teamleider bij het Landelijk Expertisecentrum Persoonsvermissingen (LOEP). ‘Dat gebruiken we alleen bij heel urgente zaken waarbij een minderjarige vermist is. Het kan zijn dat er aanwijzingen zijn dat het kind in levensgevaar is. Of dat het kind is ontvoerd en zich ergens op een onbekende plaats in Nederland bevindt. Dan hebben wij aanwijzingen nodig om gerichter te kunnen zoeken. Dan telt elke minuut en vragen we het publiek om hulp.’
Altijd bruikbare informatie
Een AMBER Alert levert altijd bruikbare informatie op voor het onderzoek, maar staat nooit op zichzelf. ‘Wij kunnen het middel snel inzetten, maar op de achtergrond moeten we daar wel op zijn ingericht’, legt De Wit uit. ‘Politiemedewerkers moeten de tips die binnenkomen immers bekijken en verder onderzoeken. Intussen blijven we ook op andere manieren met volle kracht zoeken. Het is dus een combinatie van allerlei opsporingsmethoden die wij op dat moment inzetten.’
Niet enige middel
’Als politie merken we dat burgers vaak meteen een AMBER Alert verwachten als er een kind vermist is. Maar we hebben we ook allerlei andere mogelijkheden. Een AMBER Alert is een heel zwaar opsporingsmiddel, dat we alleen inzetten in heel uitzonderlijke gevallen’, benadrukt De Wit. ‘Als het kan, zetten we eerst lokaal of regionaal een Burgernetactie in of gebruiken we andere media gericht op de eigen buurt waar het kind vermist is. In de praktijk blijkt dit veel effectiever te zijn, omdat je direct burgers bereikt die in de omgeving wonen en een goed beeld hebben van waar een kind vermist is. Wij krijgen daardoor veel meer gerichtere tips met details en dus betere informatie. Maar ook de privacy van het kind blijft hiermee zoveel mogelijk beschermd.’
Duidelijker beeld van aantal vermissingen per jaar: 30.000
Recent onderzoek van de politie, de Politieacademie en het ministerie van Justitie en Veiligheid laat zien dat het totale aantal vermissingen per jaar iets lager ligt dan eerder gedacht, namelijk gemiddeld zo’n 30.000 registraties per jaar. Dat gaat van peuters die ineens weg zijn tot verdwalende dementerenden. Voor de melders is de paniek vaak groot. ‘Je bent natuurlijk bezorgd waar je naaste of geliefde is’, weet De Wit.
Stabiel cijfer
De 30.000 vermissingen gaan alleen om mensen die als vermist worden opgegeven bij de politie. Mogelijk dat het daadwerkelijke aantal vermissingen iets hoger is omdat niet iedere vermiste wordt gemeld. Bijvoorbeeld als iemand altijd al weinig contact met familie had.
Meesten binnen 24 uur terecht
Het aantal mensen dat binnen een dag weer terecht is, is de afgelopen jaren toegenomen. Ongeveer tweederde van vermisten is binnen 24 uur weer gevonden. ‘Dat aantal is de afgelopen jaren gestegen’, zegt De Wit. In totaal wordt meer dan 80 procent binnen een week teruggevonden. Van iets meer dan 10 procent blijft de verblijfplaats langer dan een week onbekend. ‘Een klein aantal mensen is langdurig vermist’, zegt de Wit. ‘De reden daarachter verschilt per zaak. Onderzoeken naar vermissingen worden in elk geval nooit gesloten. En sommige zaken worden opgelost met een verdrietig einde, als de vermiste blijkt te zijn overleden. Helaas kent de zoektocht naar een vermiste jongen in Steenwijk deze week ook een verdrietige afloop, dat is heel triest.”
Beter zicht op aantallen
Sinds 2015 worden vermissingen centraal vastgelegd in de Basisvoorziening Handhaving (BVH). Dit systeem is bedoeld voor politiewerk en niet voor statistische gegevens. Daarom is het niet eenvoudig om aantallen vermissingen op te vragen. Zo kunnen gegevens ontbreken als iemand na een vermissing zeer snel wordt gevonden. Ook kunnen er dubbelingen in staan. Dat gebeurt als meerdere mensen los van elkaar melding doen van de vermissing van dezelfde persoon.
Er is een grote behoefte aan een actueel en betrouwbaar beeld van vermissingen. Daarom heeft de politie samen met het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Politieacademie uitgebreid onderzoek gedaan naar alle in het politiesysteem geregistreerde vermissingen over de afgelopen tien jaar. Dit heeft geleid tot het meest nauwkeurige en complete beeld tot nu toe. De Politieacademie is op dit moment bezig met een verdiepend onderzoek naar het aantal vermissingen in Nederland. Dit onderzoek wordt later dit jaar gepubliceerd.

8.1 ℃

























