ENSCHEDE - Het Openbaar Ministerie (OM) Oost-Nederland heeft donderdag 25 februari een celstraf van anderhalf jaar geëist tegen een 33-jarige man uit Enschede vanwege het dodelijke vuurwerkincident aan de Gerststraat in Enschede in de nieuwjaarsnacht van 2018 - 2019. Daarbij kwam een 54-jarige man om het leven.

Als de politie tien minuten na middernacht aan de Gerststraat arriveert, zien agenten midden op straat een aanhanger in brand staan. Naast de aanhanger staat een vuurton waarin hout brandt. Achter de ton ligt het slachtoffer. Ruiten van een aantal huizen en auto’s in een straal van 28 meter zijn gesneuveld door de drukgolf of rondvliegende brokstukken.

De aanhanger blijkt te zijn van een buurtbewoner. Deze man staat vandaag - donderdag 25 februari 2021 – terecht voor de rechtbank in Almelo. Hij verklaart die nacht dat er brandhout op de aanhanger lag en twee potjes vuurwerk van 20 centimeter, gekocht bij een tuincentrum. Hij ontkent dat hij het vuurwerk op de aanhanger heeft aangestoken.

Het OM acht zijn verklaring niet geloofwaardig. Uit onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is gebleken dat de schade aan de aanhanger – waarvan de beplating is gescheurd en weggeslingerd en de stalen bodemplaat tot aan straatniveau is ingedeukt – zodanig is dat die veroorzaakt moet zijn door professioneel vuurwerk. Het zou één groot artikel kunnen zijn geweest, of een aantal kleinere artikelen die dichtbij elkaar hebben gelegen, aldus het NFI. Het OM vindt dat in ieder geval duidelijk is dat er één grotere professionele cakebox van een bepaald type (300 schots, TXB923) is geëxplodeerd. Dit type vuurwerk kan niet bij het door verdachte genoemde tuincentrum zijn aangeschaft, omdat het daar niet te koop is. Opvallend is dat in de telefoon van de 33-jarige een foto van de gebruiksaanwijzing van dit type cakebox is aangetroffen. De man geeft geen overtuigende verklaring voor de aanwezigheid van deze foto, volgens het OM.

Het OM meent dat er voldoende aanwijzingen zijn dat de verdachte degene is die het vuurwerk heeft aangestoken. Dit heeft de vader van de verdachte verklaard en buurtgenoten hebben verklaard dat de verdachte ook in andere jaren vuurwerk had afgestoken vanaf zijn aanhanger. In een filmpje dat door het slachtoffer is gemaakt, hoor je het slachtoffer zeggen dat “zo het grote vuurwerk komt”. Dat past bij een professioneel vuurwerkartikel, zoals de genoemde cakebox.

Omdat niet duidelijk is geworden wat de oorzaak van de ontploffing van de cakebox is geweest, gaat het OM uit ervan uit dat er sprake moet zijn geweest van een fabricagefout of een beschadiging door ondeskundige opslag of ondeskundig vervoer, waardoor flitspoeder verspreid is geraakt door de verschillende compartimenten van de cakebox en het artikel zo massaexplosief is geworden.

Het OM vindt dat er niet voldoende bewijs is dat de man de explosie opzettelijk heeft veroorzaakt. Het is niet aannemelijk dat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans op het ontstaan van een massaexplosie heeft aanvaard. Zo waren bijvoorbeeld zijn vrouw en kinderen in de buurt van de aanhanger. Dat doe je niet als je van tevoren weet dat er een kans is op een explosie. En de eerste uitlating die hij deed na de explosie was: “Dit kan niet, wat hier is gebeurd, kan niet.”, dus vol verbazing en ongeloof. De officier van justitie vroeg om vrijspraak voor dit (primair) ten laste gelegde feit.

Wel meent het OM dat de verdachte grove schuld heeft aan het veroorzaken van een explosie en dat de directe gevolgen daarvan, namelijk het ontstane levensgevaar en het overlijden van het slachtoffer, hem kunnen worden toegerekend. De officier van justitie is van mening dat het dan wel niet zijn bedoeling is geweest om een explosie te veroorzaken, maar dat hij wel een zeer risicovolle situatie in het leven heeft geroepen, waarvoor een strafeis van anderhalf jaar passend is.