De officier van justitie eiste 10 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging om de kans op herhaling te voorkomen: “Voor het slachtoffer, maar ook vanuit het oogpunt van de algemene veiligheid is het onverantwoord om deze verdachte onbehandeld terug te laten keren in de maatschappij.” De officier eiste tevens een contact – en locatieverbod tegen de verdachte en een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel die, als de rechtbank deze oplegt, ingaat na afloop van de celstraf en de tbs.
Verdachte en slachtoffer zijn al enige tijd uit elkaar. Verdachte heeft daar moeite mee en zou zijn ex-vrouw ervan beschuldigd hebben dat zij een nieuwe vriend had, zo bleek uit verklaringen van het slachtoffer en een andere getuige. Onderzoek wijst uit dat de verdachte het slachtoffer op 30 augustus 2024 onder het voorwendsel van autopech naar een parkeerplaats op een afgelegen plek lokte. Hij deed dit tijdens schooltijd zodat ze niet direct gemist werd door haar kinderen. Hij heeft veel geweld gebruikt, haar getaserd en met spanbanden vastgebonden op de achterbank. Daarna is hij met haar gaan rondrijden. Tenslotte heeft hij haar kleding kapot geknipt en haar verkracht. Deze verklaring van het slachtoffer wordt ondersteund door diverse bewijsmiddelen zoals de aanwezige en gebruikte spanbanden, tape, schoonmaakdoekjes en touw. Ook ondersteunt de ernst van het letsel haar verklaring.
Om een poging tot moord te kunnen bewijzen, moet sprake zijn van voorbedachten rade en van opzet op de dood. Het slachtoffer heeft de mishandelingen weliswaar overleefd, maar volgens het OM was verdachte wel degelijk van plan om zijn ex-vrouw te doden. Zijn handelingen waren daarop gericht en hadden tot de dood kunnen leiden. Het werd het slachtoffer meermaals zwart voor de ogen. De voorbedachten rade blijkt uit het feit dat verdachte zijn daad heeft gepland en voorbereid. Hij had zelfs nagedacht over de gevolgen voor zijn kinderen in het geval hij zelf na het gepleegde feit niet meer voor hen zou kunnen zorgen. Hij stuurde zijn zoon grote geldbedragen en vroeg hem in een spraakbericht om goed voor de andere kinderen te zorgen.
Verdachte heeft geweigerd mee te werken aan een rapportage over zijn persoonlijkheid. In die gevallen heeft de rechter de bevoegdheid om vast te stellen of bij de verdachte sprake is van een stoornis. De officier van justitie: “Er is een patroon als het gaat om huiselijk geweld. Dat startte al tijdens de relatie. De manier van het plegen van de feiten toont een ernstig gebrek aan empathie en is hardvochtig, gewetenloos, wreed en afschuwwekkend. Verdachte toont daarbij een gebrek aan zelfinzicht en bagatelliseert zijn handelen. In de visie van het OM duiden deze feiten op een stoornis bij verdachte, waarbij sprake is van herhalingsgevaar. Ik verzoek de rechtbank dan ook om een stoornis vast te stellen zodat tbs kan worden opgelegd.”
Het OM hecht er groot belang aan dat zowel het slachtoffer als de maatschappij lang beschermd worden tegen deze verdachte. Om die reden sprak de officier naast de primaire eis van 10 jaar plus tbs met dwangverpleging en GVM, een subsidiaire eis uit: “Als de rechtbank geen mogelijkheden of redenen tot het opleggen van een tbs-maatregel ziet, dan verzoek ik subsidiair om een gevangenisstraf van 16 jaar op te leggen en daar een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) aan te koppelen, zodat de maatschappij toch beschermd kan blijven en het nog lange tijd duurt voor deze verdachte weer zonder toezicht een voet buiten de gevangenis zet."

-0.5 ℃






























