HENGELO - Het Openbaar Ministerie (OM) eist in hoger beroep tien jaar gevangenisstraf tegen een 34-jarige vrouw uit Hengelo. Ze zou een jezidi-vrouw als slaaf hebben gebruikt in Syrië. Dit wordt gezien als een misdrijf tegen de menselijkheid. Het is voor het eerst in Nederland dat iemand hiervoor wordt vervolgd in hoger beroep.
De verdachte reisde met haar 4-jarige zoontje in 2015 naar Syrië om zich aan te sluiten bij Islamitische Staat (IS). Ze verbleef daar jarenlang in IS-strijdgebied in Syrië en Irak. Ze trouwde met een strijder van IS en woonde op verschillende locaties in het kalifaat. In een huis waar verdachte verbleef terwijl haar man weg was, werd een jezidi-vrouw genaamd Z. als huisslavin gehouden. De verdachte heeft Z. ook als huisslaaf gebruikt. Ze moest zwaar huishoudelijk werk uitvoeren en voor het zoontje van de verdachte zorgen. De verdachte noemde haar ongelovig en dwong haar te bidden. Het slachtoffer had geen vrijheden.
Jezidi’s zijn een volk dat voornamelijk in Noord-Irak verbleef. In 2014 werd door IS een gebied rond de berg Sinjar waar veel jezidi’s woonden aangevallen. Honderdduizenden sloegen op de vlucht, duizenden werden gedood. Jezidi-mannen en jongens die weigerden zich te bekeren tot de islam werden vermoord. Duizenden jezidi-vrouwen en meisjes werden naar andere delen van het IS-kalifaat overgebracht in Syrië en Irak. Daar werden ze gedwongen als slaaf te werken.
In meerdere strafzaken in Europa zijn misdrijven tegen de jezidi’s, waaronder slavernij, als misdrijf tegen de menselijkheid aangemerkt.
Vier feiten
Naast het gebruiken van het slachtoffer als slaaf wordt de verdachte ook verweten dat ze heeft deelgenomen aan IS en dat ze terroristische misdrijven begaan door IS heeft voorbereid en bevorderd. Het vierde feit waarvan de vrouw verdacht wordt is het in gevaar brengen en laten van haar jonge zoontje.
Het OM stelt dat verdachte met het meenemen van haar kind naar IS-strijdgebied ze haar kind in gevaar heeft gebracht. Omdat ze daar een aantal jaren is gebleven en daar ook wilde blijven vindt het OM dat ze het gevaar voor haar kind heeft laten voortduren. “Verdachte heeft welbewust haar eigen kind in gevaar gebracht, haar eigen belangen boven die van haar kind gesteld. Terwijl haar kind daardoor gevaar liep, beschadigd is geraakt en juist de plicht op haar rustte om hem te beschermen”, aldus de advocaten-generaal (officieren van justitie in hoger beroep) tijdens de zitting.
De rechtbank in Den Haag legde de verdachte eerder een gevangenisstraf op van tien jaar.
Hoger beroep
In hoger beroep wordt de zaak behandeld door de internationale misdrijvenkamer van het gerechtshof Den Haag. In hoger beroep heeft het OM zich hard gemaakt samen met de advocaten van Z. voor het een schadevergoeding voor het slachtoffer uit Irak. Naast de strafrechtelijke feiten moet het gerechtshof hierover beslissen. Doordat de slavernijfeiten in Syrië plaatsvonden, moet op het gebied van schadevergoeding (ook) de Syrische rechtspraak worden toegepast. Daarvoor zijn rapporten over Syrisch burgerlijk recht aan de stukken toegevoegd. Voorafgaand aan de inhoudelijke zittingen van deze week heeft een schriftelijke ronde plaatsgevonden waarbij procespartijen standpunten hebben ingenomen over het toekennen van de schadevergoeding. Naast de gevangenisstraf die volgens het OM moet worden opgelegd wil het OM dat de verdachte aan Z. een schadevergoeding van 30.000 euro betaalt.
Tijdens de zitting benadrukten de advocaten-generaal welke impact deze zaak heeft. “Het was verdachte die gebruik maakte van het slachtoffer als slaaf, zonder zich over haar lot te bekommeren. Zij liet het slachtoffer voor zich werken, gaf haar opdrachten en zei dat ze zich moest bekeren tot de islam. Zij beschouwde haar als ongelovige. Verdachte heeft samen met anderen de meest fundamentele rechten van het slachtoffer ontnomen: het recht op vrijheid en het recht op menselijke waardigheid.”

6.1 ℃





























